
Door Koen Rutten, oprichter van de Doorwerkregeling Gewoon Door
Veel chauffeurs stoppen niet direct wanneer zij de AOW leeftijd bereiken. Sterker nog, veel van hen willen graag actief blijven. Niet omdat zij moeten werken om rond te komen, maar omdat zij hun vak nog steeds mooi vinden. Ze willen betrokken blijven bij het bedrijf waar zij jarenlang hebben gewerkt, collega’s blijven zien en af en toe nog een rit rijden.
De politiek ziet dat ook. Daarom is besloten om voor AOW gerechtigden ruimte te houden voor een nul urencontract. De gedachte daarachter is begrijpelijk. Gepensioneerden moeten de mogelijkheid krijgen om flexibel te blijven werken.
Toch vraag ik mij af of deze oplossing in de praktijk echt werkt.
Op papier lijkt de oplossing eenvoudig. In de praktijk botst zij met het systeem waarin zij moet functioneren.
Het arbeidsrecht is gebouwd om werknemers bescherming en inkomenszekerheid te bieden. Werknemers zijn afhankelijk van hun salaris en moeten kunnen rekenen op voldoende zekerheid. Daarom kennen we regels over arbeidsomvang, oproepwerk en vaste uren.
Maar een gepensioneerde chauffeur bevindt zich in een fundamenteel andere situatie.
Een gepensioneerde chauffeur beschikt al over inkomenszekerheid vanuit AOW en pensioen. Daardoor is zijn behoefte vaak anders dan die van een reguliere werknemer. Waar een werknemer zekerheid zoekt, zoekt een gepensioneerde chauffeur vooral vrijheid. De vrijheid om actief te blijven en alleen te werken wanneer het past.
Neem een gepensioneerde chauffeur die na zijn pensioen actief blijft bij zijn oude werkgever. Vrijwel iedere week rijdt hij één of meerdere diensten. Soms één dag, soms twee en soms drie. In drukke periodes wat meer en in rustige periodes wat minder.
Voor ondernemer en chauffeur werkt dat uitstekend. Toch ontstaat juist hier de juridische discussie. De chauffeur werkt regelmatig, maar niet volgens een vast patroon. Hij werkt structureel, maar niet voorspelbaar. En dat is precies de werkelijkheid die wij in de transportsector dagelijks tegenkomen.
Juist daar wordt zichtbaar waarom de voorgestelde oplossing minder ruim is dan zij op het eerste gezicht lijkt. De uitzondering voor AOW gerechtigden lijkt flexibiliteit mogelijk te maken, maar de CAO en de Wet arbeidsmarkt in balans blijven gewoon van toepassing. Zodra een chauffeur met regelmaat actief blijft, ontstaan dezelfde vragen over structurele inzet, arbeidsomvang en vaste uren.
En precies daar zit volgens mij de kern van het probleem. De uitzondering voor AOW gerechtigden werkt vooral goed voor chauffeurs die slechts incidenteel actief blijven. Maar veel transportbedrijven hebben juist behoefte aan ervaren chauffeurs die regelmatig beschikbaar zijn. Niet fulltime, maar wel met enige regelmaat. Juist voor die groep blijven dezelfde discussies bestaan.
Juist die praktijk was voor mij aanleiding om de Doorwerkregeling Gewoon Door op te richten. Dagelijks zie ik hoe transportondernemers en gepensioneerde chauffeurs elkaar graag willen vinden, terwijl de bestaande regels daar niet altijd goed op aansluiten.
De wetgever probeert flexibiliteit te behouden, terwijl de onderliggende systemen juist zijn ontworpen om werknemers meer zekerheid en minder flexibiliteit te geven. Daardoor ontstaat een situatie waarin flexibiliteit op papier mogelijk lijkt, terwijl de praktijk nog steeds wordt beoordeeld vanuit regels die zijn gemaakt voor voorspelbare arbeidsrelaties.
Opvallend genoeg zit het probleem meestal niet tussen ondernemer en chauffeur. Beiden weten vaak precies wat zij willen. De ondernemer wil ervaring behouden en de chauffeur wil actief blijven. De belemmering ontstaat pas wanneer die praktijk wordt beoordeeld binnen een juridisch kader dat voor een andere doelgroep is ontworpen.
Daarom denk ik dat de discussie over nulurencontracten de kern mist. De echte vraag is niet hoe we gepensioneerde chauffeurs laten passen binnen regels die zijn gemaakt voor reguliere werknemers. De echte vraag is hoe we regels laten aansluiten bij gepensioneerde chauffeurs.
De gepensioneerde chauffeur beschikt al over inkomenszekerheid vanuit AOW en pensioen. Wat hij zoekt is geen extra zekerheid, maar regie over zijn eigen tijd. Hij wil zelf bepalen wanneer hij werkt, wanneer hij niet werkt en hoeveel hij actief wil blijven.
Daarom staat binnen de Doorwerkregeling Gewoon Door niet het oproepen van een werknemer centraal, maar de keuze van de doorwerker zelf. De doorwerker houdt regie over zijn eigen inzet en geeft zelf aan wanneer hij beschikbaar wil zijn. De werkgever behoudt kennis en ervaring. De doorwerker behoudt zijn vrijheid.
Misschien is het daarom tijd om een andere vraag te stellen.
Niet hoe we het nul urencontract behouden.
Maar hoe we pensioen plus werk organiseren op een manier die werkelijk aansluit bij de mensen om wie het gaat.
Want uiteindelijk draait het niet om contracten.
Het draait om de vraag of we gepensioneerde chauffeurs behandelen als werknemers die meer zekerheid nodig hebben of als mensen die al zekerheid hebben en vooral hun vrijheid willen behouden.

